Kasteel Amboise

Een zomerreis langs de Loire

by Bob van Dijk

Een speurtocht naar de hoofse bronnen van onze beschaving

Dat heeft alles te maken met het epische verhaal van Eleonora de Aquitanië, haar 2 vorstelijke echtgenoten, resp. Lodewijk VII van Capet en Henry II van Plantagenet, zonen en dochters, haar hof in Poitiers en haar einde in een het enorme kloostercomplex te Fontevraud, niet ver van het kasteel Chinon, waar .we met een histopad in de hand getuige konden zijn wat zich daar tijdens de kerstdagen in 11xx heeft afgespeeld en hoe haar zoon Jan zonder Land het onderspit moest delven tijdens een belegering van Filips Augustus ?

Basiliek Notre Dame van Amiens

Kathedraal van Chartes

Kathedraal van Orleans

Als je op het grote plein in Orléans komt, is het duidelijk dat je niet om Jeanne d’Arc heen kunt, getuige dit enorme standbeeld. Zonder haar zouden de Engelsen nog steeds aanwezig zijn. Zij heeft haar strijd tegen Huis Plantagenet en de Bourgondiërs met haar leven betaald. Dat beleg werd niettemin het begin van het einde van de Engelsen tijdens de’100-jarige’ oorlog. Ik heb me afgevraagd wat ‘de Engelsen’ hier eigenlijk te zoeken hadden. Dat is een geschiedenis apart. Omgekeerd kan die vraag ook aan de Fransen gesteld worden: wat hadden zij in Italië te zoeken?

Een andere grote verrassing voor mij was te ontdekken, dat niemand minder dan Johannes Calvijn vlakbij deze kathedraal gestudeerd heeft. Naast de Temple, zo werden protestantse kerken genoemd, staat zelfs een standbeeld van hem. Ik had de drang om hem toch maar even een hand te geven.

Vervolgens zijn we vanaf Beaugency allerlei kastelen langs de Loire afgereisd, de een nog imposanter dan de andere, waarvan de meesten onder de invloed van de Franse Renaissance zijn gerenoveerd of uitgebreid, vaak ook op funderingen van nog oudere vestingen. Behalve kastelen, hebben we ook nog enkele musea bezocht en een heel bijzondere abdij,

Deze oude brug heeft altijd een belangrijke rol gespeeld. Ooit stond er een kapel op voor de pelgrims die naar Santiago de Compostella in Spanje trokken. Het enorme kasteel werd in de loop der tijd dan wel een ruïne, maar de overgebleven donjon waakt nog steeds dominant over het centrum van de stad. In 1152 werd in het kasteel het huwelijk ontbonden van de toenmalige koning Lodewijk VII en zijn ex-echtgenote Eleonora van Aquitanië. Zij trouwde anderhalf jaar later met Hendrik II, die zelf koning van Engeland werd.
Tegenover de Abbatiale Notre-Dame van Beaugency staat een prachtig pand, het Château Dunois. Dit is een 15e-eeuws slot dat werd gebouwd door de toenmalige heer van Beaugency, Dunois.

Château de Chambord

Met als eerste het grootste, zeer indrukwekkende en fabelachtige renaissancekasteel en vooral ook jachtverblijf van Chambord, dat vanaf 1519 gebouwd werd ter ere van Frans I, een jonge koning die zich koesterde in de glorie van Marignan [en de rivaal werd van Karel V, de Habsburgse Keizer]. Dit paleis in het hart van de Sologne, aan de rand van een wildrijk bos wordt wel de belichaming van een architecturale utopie genoemd, een ideaal en een harmonische eenheid. Frans I en later Hendrik II en Lodewijk XIV kwamen hier met hun hofhouding om te jagen, hun gasten te impressioneren of de voortgang van de werkzaamheden te volgen. In de 18e eeuw wordt het kasteel van tijd tot tijd ter beschikking van naasten van het koningshuis gesteld. Vervolgens wordt Chambord het privélandgoed van graaf Hendrik van Chambord, de laatste telg van de oudste tak van de Bourbons, om een eeuw later door de Franse staat te worden gekocht. Tijdens WO II werd het gebruikt als opslagplaats van de kunstschatten van het Louvre.

Vervolgens het Chateau Royal de Blois dat vier duidelijk te onderscheiden bouwfasen kent:

  • Gotiek: Het middeleeuwse kasteel van de graven van Blois (9e-13e eeuw)
  • Flamboyant: De vleugel van Lodewijk XII (1498-1508), met een museum van Schone Kunsten
  • Renaissance: De vleugel van Frans I (1515-1519) geïnspireerd op de Italiaanse renaissance
  • Classicisme: De vleugel van graaf Gaston van Orleans, de broer van koning Lodewijk XIII (1635-1638, toen zijn neef Lodewijk XIV werd geboren, die in zijn plaats erfgenaam van de Franse troon werd )

Heel indrukwekkend is om op het binnenplein een opvallende wenteltrap in een toren te zien. Vervolgens de gerenoveerde statenzaal: de grootste nog bewaarde gotische burgerlijke zaal uit het begin van de 13e eeuw.

Kasteel Beauregard, een Elegant, nog bewoond 16e-eeuws kasteel met een indrukwekkende portrettencollectie en uitgestrekte tuinen, waar X een portrettengalerij heeft aangebracht als een soort Wie is Wie in zijn tijd en kunstenaar X heeft geïnspireerd tot een speciale bewerking.

Het kasteel van Cheverny, dat tevens model staat voor Molensloot in de stripverhalen van Kuifje [Tintin in het Frans].

Kasteel van Chenonceaux, waar na lange oprijlaan links en rechts twee grote tuinen wedijveren om de aandacht, zoals Dianne van Poitiers en Catharina de Medici dat ook deden bij Henry II.

Het kasteel van Amboise uit de Italiaanse Renaissance, waar tevens het graf van Leonardo da Vinci is.

Sinds het Neolithicum was de kaap van Châteliers een ideale uitkijkpost bij de samenvloeiing van de Loire en een van haar zijrivieren, de Amasse. Deze plek was al sinds de ijzertijd een centrum van ambachtelijke productie en handel. De stad werd de hoofdstad van de Turones, een Keltisch volk dat zijn naam gaf aan de toekomstige provincie Touraine. Terwijl het hof vanaf de regeerperiode van koning Frans I ook in Fontainebleau en het Louvre resideerde, bleef Amboise een residentie voor vorsten tot Hendrik II. Het huidige gebouw vertegenwoordigt slechts een vijfde van het “paleis” dat Karel VIII liet bouwen. Het heeft in feite verschillende periodes van leegstand en georganiseerde sloop gekend.

In 1516 nodigde Frans I Leonardo da Vinci uit naar Amboise, op aanraden van zijn zuster Margaretha van Navarra: “Hier bent u vrij om te dromen, te denken en te werken.” Zo verwelkomde de Franse koning het Italiaanse genie, die op een muilezel de Alpen overstak en drie van zijn meest opmerkelijke werken met zich meebracht: de Mona Lisa, Sint-Anna met Kind en Sint-Jan de Doper, die hij hier voltooide, in het Château du Clos-Lucé in Amboise.

Een schandaal dat het Franse koninkrijk deed schudden en een van de aanleidingen vormde voor de noodlottige Godsdienstoorlogen (1562-1598).

In de nacht van 17 op 18 oktober 1534 werden overal in het koninkrijk antikatholieke pamfletten aangeplakt, zelfs aan de deur van de slaapkamer van koning Frans I in het koninklijk kasteel van Amboise. Deze beledigende en opruiende pamfletten waren een belediging voor het gezag van de vorst en leidden tot zijn radicalisering tegen reformistische partizanen, tegenover wie hij tot dan toe relatief tolerant was geweest. De auteur van deze teksten werd geïdentificeerd als Antoine Marcourt, een predikant uit Neuchâtel, oorspronkelijk afkomstig uit Picardië. Frans I woedde tegen wat hij beschouwde als een misdaad van majesteitsschennis en beval, als represaille, de arrestatie en executie van degenen die ervan werden verdacht de operatie te hebben georganiseerd. Drukker Antoine Augereau behoorde met name tot de veroordeelden. In die tijd gingen talloze protestanten, zoals Johannes Calvijn, in ballingschap.

default

Le Clos-Lucé

Graag had ik ook nog een soort Madurodam een themapark van mini kastelen bezocht in een ‘ambiance méditeranéenne.’ Dat kwam helaas qua tijd en logistiek niet uit. Zie https://www.parcminichateaux.com/ en deze 360 graden foto.

TOURS

In Tours is weliswaar ook nog een kasteel, maar in deze zeer oude stad met twee historische kernen, lag de focus bij enerzijds de basiliek van Sint Maarten (jawel dezelfde als de schutspatroon van Utrecht met zijn Rood/Witte vaandel), La Tour de Charlemagne (Karel de Grote) en La Tour d’Horloge [van rechts naar links].

En anderzijds de kathedraal St. Gatien

Met daarnaast het Psalete en daarachter het Gregorius van Tours (538-594) plein.

De Psalettekloostergang dankt zijn naam aan de muziekschool die er tijdens de middeleeuwen en de renaissance was gevestigd: de psallette. De architectuur en de gebeeldhouwde decoratie illustreren perfect de geleidelijke overgang van gotiek naar renaissance. Ze inspireerden met name Balzac, die er in de 19e eeuw een beroemd personage uit De Komedie van de Mensheid portretteerde. De kloostergang biedt vanaf het terras ook een opmerkelijk uitzicht op de noordzijde van de kathedraal Saint-Gatien, waaraan het grenst.

De Loire-Vallei tussen de steden Tours en Angers maken deel uit van het ruim 280 kilometer lange traject tussen Sully-sur-Loire en Chalonnes-sur-Loire dat tot het Unesco Werelderfgoed behoort.

Hotel en restaurant in Saumur in het departement Anjou
In plaats van nog een nacht in Tour besloten we een overnachting en tussenstop te boeken in Saumur, waar we vanuit ons raam een prachtig uitzicht op de Loire hadden..

We zijn helaas niet toegekomen aan een bezoek aan het Kasteel der kastelen, waarvan ik later pas ontdekte dat het prominent figureert in een van de miniaturen van Très Riches Heures van de hertog van Berry, in de vroege 15e eeuw., Het kasteel van Saumur, het paleiskasteel van de hertogen van Anjou in de 14e en 15e eeuw, waar koning René verbleef, is het laatste voorbeeld van de vorstelijke paleizen gebouwd door de Valois-dynastie. Het was een residentie voor de gouverneurs van de stad, een gevangenis en vervolgens een wapen- en munitiedepot. In 1906 werd het door de stad gekocht om er het gemeentelijk museum te huisvesten, nu het Musée de France.

CHINON

Behalve het schitterende uitzicht op de stad en zijn omgeving, heeft de kasteel ook een interessante geschiedenis. Het complex is gebouwd op antieke Romeinse versterkingen en bestaat uit drie kastelen gescheiden door ravijnen. Het Fort Saint-Georges ligt aan de oostkant. Het Château du Milieu met de klokkentoren in het midden en het Fort du Coudray aan de westkant zijn het oudst en gaan terug tot de 10e eeuw.

3D reconstructie van het kasteel

Onder de Plantagenets kent Chinon haar mooiste uren van glorie, voordat Frankrijk het in handen kreeg. Geboren in Le Mans in 1133, leidde Henry van Plantagenet een zwervend leven, in het voetspoor van zijn ouders, tussen Engeland en Frankrijk. In 1152 trouwde hij met Eleonora, die net gescheiden was van koning Lodewijk VII van Frankrijk en tien jaar ouder was dan hij. Zij gaf hem Aquitanië als bruidsschat. In 1154 erfde hij Engeland van moederszijde en werd hij koning onder de naam Hendrik II.

Chinon lag centraal in zijn continentale bezittingen, waarvan het rijk zich uitstrekte van het zuiden van Schotland tot de Pyreneeën. Hij koos ervoor de koninklijke schat daar te bewaren en verbleef er regelmatig. Hij hield er zijn laatste kersthof in 1172, omringd door zijn vrouw en zonen, die al ruzieden over zijn territoriale erfenis. Verlaten door zijn kinderen, die hij niet met zijn macht associeerde, stierf hij in 1189 in het fort van Chinon, nadat hij ziek was en op de vlucht was voor Filips Augustus.

Het kasteel van Chinon, waar we vooral dankzij een histopad een tijdreis kunnen maken naar het verleden werden wij getuige van hoe Jan zonder Land [zoon van Eleonora en Henry en broer van Richard van Leeuwenhart] geen stand kon houden tijdens de belegering door Filips II Augustus van Frankrijk, de zoon van koning Lodewijk VII en diens 3e echtgenote.

Koning Filips II liet aan het begin van de 13e eeuw een diepe gracht graven om dit deel te scheiden van de rest van het kasteel. Ook liet hij een donjon bouwen, de Tour du Coudray. In het Fort du Coudray werden door Filips de Schone verschillende tempeliers opgesloten. Een aandenken hieraan vormen de nog steeds zichtbare inscripties die door de grootmeester Jacques de Molay in de muur zijn gekrast
Later heeft hier in 1429 een ontmoeting plaatsgevonden tussen Karel VII en Jeanne d’Arc, voordat ze Orléans bevrijdde. Koningin Maria van Anjou maakte in 1454 van het kasteel haar residentie, waar ze zetelde zonder haar echtgenoot. Ondanks dat Maria van Anjou veertien kinderen zou krijgen tijdens haar huwelijk met Karel VII was het geen gelukkig huwelijk. De genegenheid van haar echtgenoot ging uit naar Agnès Sorel, een hofdame van Maria van Anjou die in 1444 de officiële minnares van de koning werd. Tot aan haar dood in 1450 zou Agnès Sorel een dominante rol spelen aan het koninklijk hof.

Forteresse royale de Chinon

Getijdeboek Tres Heures Riches en Maria van Bourgondië

Hertogin Eleonora van Aquitanië haar tweede man Henry II van Plantagenet en Koning van Engeland

De Koninklijke Abdij van Fontevraud

Dit enorm grote dubbele romaanse, twaalfde-eeuwse abdij (voor mannen én vrouwen) is gelegen op de grens van de drie provincies Poitou, Anjou en Touraine en is een van de grootste kloostersteden uit de middeleeuwen. Priester, theoloog en rondtrekkend prediker Robert van Arbrissel (1047- ca.1115) vestigde zich rond 1100 met zijn volgelingen in het bos van Fontevraud en stichtte er in 1101 – op een vraag van paus Urbanus II een kloostercomplex, waar mannen én vrouwen leefden. Onder de bescherming van graaf Foulques V, de toekomstige koning van Jeruzalem, stichtte hij een abdij die broeders en zusters verwelkomde. Geïnspireerd door de regel van Sint-Benedictus, voerde hij een leven van armoede, boete en gebed in. Als leerling van de kluizenaar Robert d’Abrissel was Hersende van Champagne medeoprichter [magistra] en eerste priores van de abdij van Fontevraud, het moederhuis van de Orde van Fontevraud. Volgens recent onderzoek zou zij ook de moeder van Héloïse kunnen zijn geweest, de echtgenote en geliefde van Abélard.

Robert besloot dat er aan het hoofd van zijn klooster een vrouw moest staan en wees bij zijn dood in 1115 Petronella van Chemillé aan als eerste abdis. In 1149 werd zij opgevolgd door Mathilde van Anjou, dochter van Fulco V van Anjou en dus ook tante van Hendrik II van Engeland. Gedurende bijna 7 eeuwen volgden 36 abdissen, afkomstig uit de hoge adel, en soms van koninklijke bloede, elkaar op. Reeds in het midden van de 12de eeuw verbleven er meerdere duizenden personen in de abdij. Het klooster diende ook als necropolis voor de Plantagenet koninklijke familie. Van 1491 tot 1670 volgen vijf abdissen afkomstig uit de Koninklijke Bourbon-familie elkaar op en tekenen een vernieuwingen van de orde.
Na de Revolutie van 1789 besloot Napoleon de abdij om te vormen tot een gevangenis. Sinds 1840 is de abdij een historisch monument. Sinds 1975 doet het klooster dienst als cultureel centrum en sinds 2000 staat ze, samen met de hele Loirevallei, op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De beroemdste bewoner. die hier ligt opgebaard, was Eleonora van Aquitanië, koningin van Frankrijk en later van Engeland. Eleonora van Aquitanië nam op hoge leeftijd haar intrek in het klooster en ze werd hier na haar dood (in 1204) ook begraven. In 1189 werd Hendrik II er begraven, in 1199 gevolgd door zijn zoon Richard Leeuwenhart. Ook zijn dochter Johanna Plantagenet (en haar jonggestorven dochtertje) zou er begraven zijn geweest. Eleonora van Aquitanië, koningin van Frankrijk en later van Engeland, nam op hoge leeftijd haar intrek in het klooster en ze werd hier na haar dood (in 1204) ook begrave

Haar man Hendrik II van Engeland, haar zoon Richard Leeuwenhart en dochter Johanna waren hier al begraven. Later werden schoondochter Isabella van Angoulême (echtgenote van koning Jan) en kleinzoon Raymond VII van Toulouse hier eveneens begraven.
https://www.fontevraud.fr/histoire-de-labbaye-royale-de-fontevraud/

Het fort in Angers en de tapisserie van de Apocalypse

Een absoluut hoogtepunt was het bezoek aan dit oude fort met zijn stevige ronde torens, waar een speciaal geventileerd gebouw is aangebouwd voor de 130 wandtapijten uit de 14e eeuw., die met elkaar de hele Apocalypse uitbeelden.


Bij binnenkomst maakten we vrijwel direct kennis met de stamboom van René van Anjou en hun wapenschilden.

Ik kwam onder de indruk van het gezin van koning Jan de Goede.

Waarbij Karel V koning van Frankijk werd, Lodewijk I van Anjou [de opa van René I van Anjou] opdracht gaf tot de tapisserie van de Apocalyps, Jan hertog van Berry opdrachtgever van Les Triches Heures [zie verder bij kasteel Chantilly] en Filips de Stoute, de stamvader werd van De Bourgondiërs [vgl. het boek van Bart van Loo].

We zijn vervolgens verder langs de Loire richting de monding in de Atlantische Oceaan afgereisd in de hoop en verwachting om ook nog iets van het erfgoed van de Hugonoten tegen te komen, zoals met name het Edict van Nantes, in 1589 uitgevaardigd door Henry IV ten behoeve van vrijheid van godsdienst en geweten en het museum voor protestantisme in La Rochelle, waar het niet lukte de bij nader inzien toch ook indrukwekkende kathedraal Saint-Louis te ontlopen, waar als je wilt je ook nog kun onderdompelen in en Spectacle immersif à 360 graden tijdens een Luminiscence.

Kasteel van de hertogen en historisch museum van Nantes

Dit fort is gebouwd door Frans II en voortgezet door zijn prominente dochter Anne van Bretagne, die hier haar levenslicht zag. Zij was tweemaal koningin van Frankrijk door haar huwelijken met Karel VIII en Lodewijk XII. Haar invloed is terug te zien in het sculpturale decor die de eerste tekenen van de Italiaanse Renaissance laten zien. Na de integratie van Bretagne in Frankrijk in 1532, werd het Château des ducs de Bretagne de residentie van de Franse koningen wanneer zij Bretagne bezochten, en later een militaire kazerne, een arsenaal en een gevangenis.

Wat vooraf ging aan het Edict van Nantes
Onder de regering van Frans I en van zijn opvolger Hendrik II, worden verschillende edicten uitgevaardigd tegen de protestanten. Te dien tijde vormen de protestanten nog geen politieke macht. De positie van Frans I veranderde na de affaire met de Placards in 1534. Een document op de deur van de koninklijke kamer in Amboise, waarin het Romeinse gezag en de eucharistie werden beledigd, maakte hem woedend en veranderde zijn mening. Vanaf die dag probeerden de Franse koningen, en met name Hendrik II (1547-1559), de groei van het protestantisme tegen te gaan om de religieuze eenheid van het koninkrijk te behouden.

In 1541 werd de Franse academicus en theoloog Johannes Calvijn (1509-1569) verbannen naar Genève en hielp hij de Reformatie wortel te schieten in Europa. Calvijn is grotendeels verantwoordelijk voor de verspreiding van de Reformatie in heel Frankrijk. Zijn werk ‘Instituut voor de Christelijke Godsdienst’ werd in 1541 uit het Latijn in het Frans vertaald. Reizende protestantse predikanten modelleerden de Franse kerken naar de organisatie van de Église de Genève, een universeel model.
In 1559 waren er ongeveer twee miljoen bekeerde protestanten, wat neerkomt op 10% van de bevolking.

Op 1 maart 1562 vermoordden de troepen van de hertog van Guise een kleine protestantse gemeenschap in Wassy.
Deze gebeurtenis markeerde het begin van de godsdienstoorlogen. Gedurende acht opeenvolgende oorlogen, meer dan veertig jaar lang, waren katholieken en protestanten in hevige conflicten over religie. De katholieken waren gehecht aan de monopolistische positie van het katholicisme en de protestanten wilden hun godsdienst vrij kunnen belijden. De protestantse Reformatie verzwakte de religieuze eenheid van Frankrijk, een van de fundamentele principes van de monarchie.

Hendrik van Navarra, leider van de protestantse partij, erfde de troon na de dood van Hendrik III, maar de katholieken richtten de Sainte Ligue (de Franse katholieke Liga) op om zich tegen zijn troonsbestijging in 1589 te verzetten. In 1593 bekeerde hij zich vreemd genoeg om politieke redenen alsnog tot het katholicisme, en wilde hij zijn koninkrijk terugwinnen door een einde te maken aan de burgeroorlog.
Vanaf april 1598 was Nantes de laatste opstandige Franse stad. De stad was in handen van de hertog van Mercœur, een lid van de ultrakatholieke partij. De koning leidde zijn leger naar Nantes om de stad te onderwerpen.
Op 13 april 1598 trok Hendrik IV triomfantelijk Nantes binnen en verbleef in het kasteel, zijn koninklijke residentie. Op 30 april 1598 ondertekende hij een Edict van Nantes, waarmee de protestanten toestemming kregen hun geloof vrij te beoefenen.
In een koninkrijk waar het katholicisme de staatsgodsdienst bleef, verleende het edict de protestanten relatieve godsdienstvrijheid en speciale juridische, militaire en politieke regelingen. Door zijn katholieke en protestantse onderdanen te dwingen samen te leven, brak Hendrik IV met het model van een staatskerk als garant voor religieuze eenheid, dat het dominante systeem in Europa was.

Het Edict van Nantes verleende protestanten relatieve godsdienstvrijheid in een overwegend katholiek koninkrijk. Protestanten moesten ook de katholieke eredienst aanvaarden in hun veilige plaatsen, de militaire gebieden die het Edict hen had verleend. Maar sommige steden, zoals La Rochelle, verzetten zich.
Voor koning Lodewijk XIII stond het Edict van Nantes de vorming van een staat binnen de staat toe. De politieke bijeenkomsten in de protestantse steden vormden een ware tegenmacht voor de koning.
In 1620 hervatte de oorlog zich in de regio’s Languedoc en Poitou; de beslissende slag was het beleg van La Rochelle (oktober 1627-oktober 1628).
Op 28 juni 1629 maakte het Edict van Alès een einde aan het conflict. Dit Edict bevatte dezelfde religieuze en juridische voorwaarden als het Edict van Nantes, maar maakte een einde aan de politieke en militaire privileges.

Het Edict van Fontainebleau, ondertekend door koning Lodewijk XIV in oktober 1685, herriep het Edict van Nantes.
De religieuze diversiteit verdween en maakte plaats voor de bevestiging van de absolute monarchie van de koning.
Dit besluit leidde tot een ware exodus: ongeveer 250.000 protestanten verlieten Frankrijk om zich te vestigen in “vluchtlanden” (Engeland, Holland, Duitsland…). Voor de “nieuwe bekeerlingen” die in Frankrijk bleven, was dit het begin van een periode waarin ze hun geloof vergaten of in het geheim hun eredienst hielden, soms in groepen die “kerk der verlatenen” werden genoemd. Sommigen, zoals de Camisards uit de Cevennen en de Beneden-Languedoc, verzetten zich van 1702 tot 1704 hevig tegen het besluit van de koning.

Nu kun je niet een bezoek aan Nantes brengen en niet even kijken bij Les Machines de L’Ile,

Met in het bijzonder het mechanische wonder van een enorm grote nagemaakte olifant, geïnspireerd door dezelfde Jules Verne, met wie we in Amiens ook al kennis hadden gemaakt in het Maison de Jules Verne, het huis waar hij van 1882-1900 gewoond heeft.

De vestingstad La Rochelle

Het bezoek aan deze haven- en vestingstad was in zekere zin onze eindbestemming. Behalve een heerlijk hotel met zwembad vlak naast het strand, waar Jules Verne opnieuw zijn sporen heeft nagelaten, blijkt dat La Rochelle de grootste jachthaven van Frankrijk heeft, dat dan ook tevens veel toeristen aan trekt.

Eenmaal aangekomen bij het strand aan de overkant van ons hotel (met heerlijk eigen zwembad), kwamen wij tot onze verrassing opnieuw Jules Verne tegen aan dit einde van deze wereld, met aan de horizon een replica in de zee van wat je hieronder of deze foto ziet.

Waar wij verbleven was apart zuidelijk gedeelte van La Rochelle. Om met de auto een parkeerplek in de oude stad te vinden was best een uitdaging, vanwege het groot aantal toeristen vooral. Maar we hebben we zelf begrepen en ervaren waarom deze plaats zo aantrekkelijk is. Mijn doel was vooral om bezoek te brengen aan het Historisch Protestants Museum, maar daarnaast werden wij op vele andere bezienswaardigheden getrakteerd om te beginnen met

De St. Louis Kathedraal van La Rochelle

Wie was deze heilige koning? Lodewijk IX (1214-1270) werd koning op 12-jarige leeftijd. Tijdens zijn regering hervormde hij de koninklijke rechtspraak door de eerlijkheid van processen te versterken en het gebruik van marteling te beperken. Na zijn dood in 1270, tijdens de Achtste Kruistocht, werden er wonderen gemeld toen zijn kist voorbijkwam. De Kerk zag dit als een bevestiging van zijn trouw aan het Evangelie en hij werd in 1297 heilig verklaard en officieel erkend als de Heilige Lodewijk.
Als enige Franse koning die heilig werd verklaard, werd hij het icoon van de wijze, vrome en moedige ridderkoning. De herinnering aan deze erfenis in La Rochelle, een rebelse protestantse stad, bevestigt zowel het koninklijk gezag als de katholieke eredienst.
Dit glas-in-loodraam toont de meest voorkomende symbolen van de Heilige Lodewijk: een kroon, in harnas, gekleed in een mantel met fleur-de-lis en met de doornenkroon. Deze kroon is het symbool van het koningschap van Christus, niet gebaseerd op overheersing, maar op nederigheid en zelfgave. Deze voorstelling van Sint-Lodewijk bevestigt zijn spirituele verbondenheid met Christus Koning, waarin de stralen van Frankrijk zich identificeren, en markeert tegelijkertijd het onderscheid tussen goddelijke macht en wereldlijke macht.
Dit is dan wel dezelfde heilig verklaarde koning, die op instigatie van Paus Gregorius IX de openbare verbranding op instigatie van Paus Gregorius IX verordent Lodewijk de openbare verbranding verordent van de Talmoed. Duizenden van deze handgeschreven joodse bijbelcommentaren gaan in de vlammen op.

La Rochelle Protestant – Het Genève van het Westen

Aan de hand van de 20 panelen van een tentoonstelling in dit museum La Rochelle kun je 20 plaatsen ontdekken waar de gereformeerde religie zich ontwikkelde: gebedshuizen, machtscentra, levensruimten en openbare ruimte

Al in 1558 werd in La Rochelle een kerk gesticht in de stijl van Genève onder leiding van een calvinistische predikant. Het is niet duidelijk of het protestantisme over land kwam, vanuit het Poitevin-centrum, dat in 1534 door Johannes Calvijn werd gesticht, of over zee, vanuit het lutherse centrum van Noord-Europa, aangevoerd door de kooplieden en zeelieden van de vele schepen die zout en wijn kwamen halen?
Vanaf midden jaren 1560 vormden de protestanten daar de meerderheid. In 1568 namen ze lange tijd de macht over de stad over, tot het Grote Beleg van 1627-1628, onder leiding van kardinaal Richelieu namens koning Lodewijk XIII. De stad werd toen beschouwd als een “staat binnen een staat”. Toen het Edict van Nantes in oktober 1685 werd herroepen, werden protestanten gedwongen zich te bekeren en werd hun religie verboden. Sommigen werden “frontkatholieken”, anderen besloten Frankrijk te ontvluchten om hun religie vrij te kunnen blijven belijden.
In 1787 herstelde het Edict van Tolerantie de gewetensvrijheid en wettelijke erkenning van de protestanten. In 1790 bevestigde de Franse Revolutie hun gelijkheid als burgers.

Van Lemonum naar Poitiers

Tijdens de Romeinse tijd heette de stad Lemonum. Het belang ervan blijkt uit de aanwezigheid van een uitgebreid, regelmatig stratennetwerk en de bouw van een enorm amfitheater en diverse thermen. De naam Poitiers verscheen in de 3e eeuw, verwijzend naar de Gallische Pictonen, van wie het de hoofdstad was. Tegen het einde van de 3e of het begin van de 4e eeuw werd de stad omringd door een grote muur met torens. In de tweede helft van de 4e eeuw vestigde de eerste bisschoppelijke groep zich hier, bestaande uit de doopkapel en, ten westen ervan, een kathedraal die niet meer bestaat.
Hoofddoel van mijn wens om Poitiers te bezoeken was vooral om iets van het hof van Eleonora van Aquitanië in Poitiers terug te vinden, vooral bekend ook zijn hofleven waar troubadours liederen zongen over de hoofse liefde.
Gelijk bij de trappen staart zij ons tegemoet en binnen nog eens met dit bekende schilderij.

Het paleis, dat al in de 9e eeuw werd genoemd, was vanaf de 10e eeuw het symbool van het gezag van de graven van Poitiers; zij dwongen geleidelijk hun onafhankelijkheid van de Franse koning af en hun soevereiniteit over Aquitanië af. In de 12e eeuw diende het paleis als tijdelijke residentie voor Eleonora van Aquitanië en vervolgens voor haar zoon Richard Leeuwenhart. Halverwege de 13e eeuw voerde Alfons van Poitiers, die graaf van Poitou was geworden, uitgebreide werken in de stad uit en vestigde er het koninklijk bestuur.

Hertogin Eleonora, tweemaal koningin
Rond haar vijftiende trouwde Eleonora, dochter en erfgename van de hertog van Aquitanië, met Lodewijk VII, koning van Frankrijk. Door dit huwelijk, dat in 1137 in Bordeaux werd gevierd, kreeg hij het grootste hertogdom van het koninkrijk. Na verloop van tijd ontstond er onenigheid tussen het paar, verergerd door het ontbreken van een mannelijke erfgenaam. In 1152 verkreeg Eleonora de ontbinding van haar huwelijk van de kerk, verwijzend naar haar relatie met Lodewijk VII.
Eleonora hertrouwde kort daarna met Hendrik Plantagenet, die in 1154 onder de naam Hendrik II koning van Engeland werd. Het hertogdom Aquitanië werd vervolgens geannexeerd door de Engelse kroon. Na een uitgebreide opleiding, rijk aan diverse leerstof (lezen, schrijven, muziek, beheersing van het Latijn, het Occitaans en de Olijftalen), was Eleonora een bekwame vrouw, opgegroeid in een omgeving die bevorderlijk was voor feesten en vermaak. Ze leerde zelfs boogschieten en paardrijden. Eleonora hield haar eigen hof in Poitiers, omringd door kunstenaars en troubadours, evenals uitzonderlijke ambachtslieden die uitmuntendheid aanmoedigden.
Gekwetst door de ontrouw van haar man, zette ze de baronnen van Poitiers aan tot een opstand. Ze zat gevangen tot de dood van Hendrik II in 1189 en probeerde vervolgens het gezag van haar tweede zoon, Richard Leeuwenhart, op de Engelse troon te vestigen. Zijn onverwachte dood in 1199 gaf de kroon aan haar andere zoon, Jan de Vries. Eleonora stierf in 1204 en werd begraven in de koninklijke abdij van Fontevraud (Maine-et-Loire), waar haar liggende standbeeld staat.

De Grote Zaal

De renovatie van de Grote Zaal, uitgevoerd tijdens de regeerperiode van Eleonora van Aquitanië en haar zoon Richard Leeuwenhart. Deze zaal is een symbool van de Plantagenet-architectuur, die zeer invloedrijk was in centraal-west Frankrijk (12e eeuw). Gebouwd op het hoogste punt van de stad, heeft het paleis zijn stempel gedrukt op het hart van Poitiers, zowel qua geschiedenis als qua stedenbouw. Sinds de middeleeuwen heeft het paleis al vele grote veranderingen ondergaan:
De eerste vermelding van het paleis dateert van het verblijf van keizer Lodewijk de Vrome in Poitiers, in de winter van 839-840. In de 11e eeuw werd een eerste stenen kasteel gebouwd. Vanaf die tijd werd het paleis het machtscentrum van de graven van Poitou en de hertogen van Aquitanië. In de 12e eeuw werd de Grote Staatszaal gebouwd, een van de uitzonderlijke monumenten van de middeleeuwse burgerlijke architectuur. Deze zaal, ook wel de Zaal van de Verloren Trappen genoemd, was de plaats voor het ontvangen van eerbetoon, maar bood ook plaats aan grote feesten en banketten, met name tijdens de regeerperiode van Eleonora van Aquitanië. Op initiatief van Jean de Berry werden vanaf 1388 grote werkzaamheden aan de Grote Zaal uitgevoerd, waaronder de renovatie van de zuidmuur en de Maubergeon-toren . Aan de zuidmuur bevinden zich drie open haarden, bekroond door grote erkers en vier monumentale beelden.
In 1307-1308 verbleef paus Clemens V er en bestuurde vanuit Poitiers het christendom.
Tijdens de Honderdjarige Oorlog vestigde de toekomstige koning Karel VII er een deel van zijn regering. Poitiers werd na de verovering van Parijs door de Engelsen een van de twee hoofdsteden van wat later het koninkrijk Bourges zou worden. Tot 1436 huisvestte het paleis de hoofdkwartieren van verschillende belangrijke koninklijke bestuursorganen, waaronder het Parlement. Vanaf 1436 bleef de bestemming van het paleis verbonden aan bestuurlijke en gerechtelijke functies.
In 1569 vond in de stat nog een mislukte belegering plaats door de Hugenotenlegers, aangevoerd door de prinsen van Bourbon, Hendrik van Navarra, de toekomstige Franse koning Hendrik IV, en zijn neef Hendrik, prins van Condé.
Tijdens de Revolutie werd dit gerechtsgebouw het Paleis van Justitie. ​​In 1822 werd een neoclassicistische portiek als entree gebouwd in een stijl die doet denken aan de Oudheid.

Een scène uit de film Jeanne d’Arc, geregisseerd door Luc Besson, werd gefilmd in het Palais de Poitiers!

La Tour Maubergeon

De Maubergeontoren vormt, samen met de grote staatsiezaal, een van de belangrijkste middeleeuwse elementen van het Paleis van de Graven van Poitou – Hertogen van Aquitanië.

De naam ervan zou verband houden met de aanwezigheid van een oud Merovingisch hof, of mall-berg, in de vroege middeleeuwen. De bouw ervan begon tijdens de regeerperiode van Willem VII de Troubadour, rond 1104. Het uiterlijk van de toren werd aan het einde van de 14e eeuw grondig herzien door architect Guy de Dammartin, onder leiding van hertog Jean de Berry en zijn vrouw, Jeanne de Boulogne. Aan het einde van het plein zien we de zuidelijke buitenmuur van de grote staatsiezaal, gebouwd vanaf 1388 en onderbroken door twee uitstekende traptorentjes.

Wie ook zijn stempel op dit Paleis heeft gedrukt was de Hertog Jean de Berry,

Romaanse kerk Notre Dame

De kerk Notre-Dame-la-Grande, een parel van romaanse kunst in het hart van de stad, is een symbool van Poitiers. Gebouwd in de 11e eeuw en ingewijd in 1086, is beroemd om zijn rijkelijk versierde façade en behoort tot de belangrijkste monumenten van de stad Poitiers.  In tegenstelling tot de gotische kathedralen heeft deze kerk niet een voorgevel met twee hoge torens maar twee kleine hoektorens die meer aandoen als decoratie. Zij combineerde de Notre-Dame-la-Grande de functies van een parochie- en collegiale kerk. Tussen 1090 en 1130 werd het schip naar het westen verlengd en de gevel minutieus vervaardigd. Deze fascinerende muur van beelden vol boodschappen heeft het gebouw beroemd gemaakt. Het gebeeldhouwde programma is uitzonderlijk vanwege de kwaliteit en de historische taferelen. Het beroemde verhalende fries vertelt het verhaal van de Incarnatie (de komst van Christus in de wereld), van Adam en Eva tot de kinderjaren van Christus. De gebeeldhouwde decoratie van de Notre-Dame-la-Grande weerspiegelt een ware esthetische revolutie, zoals ook blijkt uit de buitengewone kwaliteit van de kapitelen op de koorrotonde. Toen wij er waren, was hij echter ‘en cours de construction’.

Iets verderop werden we evenwel getrakteerd op een prachtige video met beelden over het interieur.

Op deze YouTube-clip is nog een uitgebreidere video te zien: https://www.youtube.com/watch?v=iIlF1Aq5QzE&t=5s

La cathédrale Saint-Pierre et Saint-Paul de Poitiers (Vienne)

Dit was nog een andere fascinerende kathedraal in Poitiers. De, buiten de 15e-eeuwse torens grotendeels van 1166 tot 1271 gebouwde, gotische kathedraal met opmerkelijke omvang staat in het stadscentrum en werd in 1912 tot basilica minor verheven. Toen in het jaar 1166 met de bouw werd begonnen, bestond het bisdom Poitiers uit ongeveer 1200 parochies. Rond deze tijd was Eleonore van Aquitanië 44 jaar oud en inmiddels meer dan 10 jaar koningin van Engeland. In het jaar van de eerstesteenlegging bracht ze haar 10e kind, Jan Zonder Land, ter wereld en woonde ze in haar slot in Poitiers, dat door haar tot een centrum van hofleven werd ontwikkeld.

Opmerkelijk is het Kruisigingsvenster in de apsis, dat wordt gedateerd op de 2e helft van de 12e eeuw en dat daarmee een van de oudste in Frankrijk bewaard gebleven gebrandschilderde ramen is – Volgens verschillende bronnen zelfs het oudste van het christendom. Gelet op de vroege periode van ontstaan heeft het buitengewone afmetingen (8,35 m × 3,10 m). Dit meesterwerk kan in drie delen worden onderscheiden. Van onder naar boven het martelaarschap van de naamgever van de kerk, Petrus en Paulus, daarboven Jezus aan het kruis en geheel boven de hemelvaart van Jezus. Voorts zijn te zien de opstanding van Jezus, het lege graf met daarbij een engel, en geheel onderaan koning Hendrik II van Engeland en zijn vrouw Eleonore van Aquitanië.

De afbeelding van het koningspaar en vier van hun kinderen maakt een nauwkeurige datering van het glas-in-loodraam mogelijk rond 1165

Doopvont van St. Johannes uit de 5e eeuw

In haar onmiddellijke nabijheid is het baptisterium van Sint-Johannes te vinden. De doopkapel werd gebouwd in de 5e eeuw. Ze verving een eerdere doopruimte, gebouwd op de plek van de baden van een oude residentie. Het is een van de oudste christelijke monumenten in Frankrijk en een zeldzaam voorbeeld van architectonische praktijken uit de late oudheid en vroege middeleeuwen. Oude elementen zijn hergebruikt in de gevels, waaronder marmeren kapitelen. Verschillende architectonische transformaties in de 6e, 7e, 9e en 11e eeuw wijzigden het oorspronkelijke uiterlijk van het monument.

Muurschilderingen
Tegen het einde van de 11e eeuw werd de doopkapel verfraaid met hoogwaardige schilderkunst, direct aangebracht op de binnenmuren. De stijl van deze schilderingen, toegeschreven aan de grote ateliers van Poitou, is vergelijkbaar met die van de abdijkerk van Saint-Savin. In de doopzaal, boven de apsis, is de Hemelvaart van Christus afgebeeld, met het gezicht naar een Vaas des Levens, omringd door twee pauwen, een motief uit het vroegchristelijke repertoire.
Dit programma bevestigt de fundamenten van het christelijk geloof.
Een van de ruiters die in de doopkapel is afgebeeld, verwijst dan ook naar Constantijn, de Romeinse keizer die in 312 de christelijke eredienst officieel tolereerde. Op de zuidmuur illustreert een figuur met een zwaard in de strijd tegen een draak de strijd tussen Goed en Kwaad. Deze scène wordt geassocieerd met een van de oudst bekende inscripties in het Frans: il cria marci et turna (hij smeekte om genade en vluchtte).
In de eerste helft van de 13e eeuw werd de decoratie gedeeltelijk vernieuwd, met name in de apsis, waar scènes uit het leven van Johannes de Doper zijn afgebeeld.

DE HEILIGE RADEGONDE, STICHTER VAN DE ABDIJ VAN HET HEILIGE KRUIS

Pal naast het Baptisterium bevind zich het Sainte-Croix Museum dat in 1974 werd gebouwd op de locatie van de moderne abdij, waarvan twee gebouwen nog steeds bewaard zijn gebleven. Daar maakten we kennis met Radegonde, geboren rond 520, was zij de dochter van Berthar, koning van Thüringen, die samen met zijn broers Baderik en Hermanfried over het koninkrijk Thüringen heerste. De broers betwistten elkaars macht en Hermanfried doodde Berthachar. Op haar zeventiende nam haar leven een plotselinge wending: Chlotarius koning der Franken wilde met haar trouwen. Zij wilde echter niets met de moordenaar van haar familie te maken hebben en besloot te vluchten. Dat mislukte, en Radegundis onderwierp zich aan de wil van de koning. Het huwelijk werd in 538 in Soissons gesloten. Opnieuw nam haar leven een dramatische wending, toen in 550 Chlotarius de broer van Radegundis liet vermoorden, vermoedelijk omdat hij in hem een gevaar zag voor zijn aanspraak op de troon van Thüringen. Onder de bescherming van het graf van kerkvader Sint-Hilarius (315-367) besloot ze zich in Poitiers te vestigen om een ​​klooster voor meisjes te stichten. Hiertoe werd ze in staat gesteld door Medardus, bisschop van Noyon. Ze zou ook de spirituele leiding over de kluizenaar Johannes van Chinon op zich nemen. Haar vermogen stelde ze ter beschikking aan de armen en ze wijdde zich aan de verzorging van de zieken, vooral van de lepralijders. Ze stichtte het klooster van het Heilige Kruis in Poitiers, maar weigerde daar abdis te worden. Ze stierf in 587. Gregorius van Tours was aanwezig bij haar begrafenis. Haar leven is ons bekend via de werken van een hedendaagse dichter, Fortunatus. Leven van Sint Radegonde.

Voor de volledigheid is het vermeldenswaard Gregorius van Tours, die verschillende feiten over Sint Radegonde vermeldt. Als vriend van Fortunatus onderhield de prelaat van Tours een vriendschappelijke en spirituele band met de stichter van het klooster van Sainte-Croix. Gregorius onderhield een vriendschappelijke en vertrouwensband met de abdis, een relatie die hij herhaaldelijk vermeldde, met name in “Tot de Glorie van de Martelaren”. Op een dag, toen Gregorius vanuit Tours was gereisd om een ​​pelgrimstocht te maken naar het graf van Sint-Hilarius in Poitiers, vroeg hij om een ​​audiëntie bij Sint-Radegonde. De twee waren “als paradijsbewoners” met elkaar in gesprek over hemelse zaken, zegt Odo. Toen de olie die gewoonlijk druppelsgewijs voor de relikwieën van het Heilig Kruis vloeide, werd bij aankomst van de bisschop zo overvloedig, dat er in minder dan een uur meer dan een sextier van vloeide. Bewondering en vriendschap, zo blijken de sterke gevoelens van de bisschop van Tours jegens de non van Poitiers.

Fontainebleu

Tijdens de reis ontdekte ik dat als ik de Franse koningen van de Renaissance echt op het spoor wilde komen, ik op te terugweg (rechts van Parijs) zeker ook een bezoek aan het enorm grote kasteel van Fontainebleu moest brengen. Ik heb daartoe mijn boeking en reservering gewijzigd! Dit kasteel was loaded met history. Frankrijk is eigenlijk een en al Geschiedenis, waarvan de tijd van de Franse koningen en hun vrouwen tot en met Napoleon Bonaparte bij elkaar komt in de ene vleugel en kamer na de andere.

Wat het meeste indruk op mij maakte was de grote Galerij van Frans I, precies waar ik ook het meest benieuwd naar was. Daarnaast waren vooral de kapel en de balzaal erg indrukwekkend evenals de bibliotheek. Koning Frans I was degene die dit ME-slot uitgebreid en verfraaid heeft met stucwerk, meubels en fresco’s in Italiaanse stijl.
Rond 1530 nam Frans I twee Italiaanse kunstenaars in dienst: Rosso Fiorentino en zijn landgenoot Francesco Primaticcio (1532). Zij werkten in het Kasteel van Fontainebleau aan de decoratie, de fresco’s en gipspleister-ornamentatie, die de wandtapijten moesten vervangen. Hij bracht er vervolgens een deel van zijn kunstcollectie onder, zoals de Mona Lisa en de Maagd op de rotsen. Na de dood van Frans I bleef koning Hendrik II samen met zijn vrouw Catherine de’ Medici het kasteel uitbreiden. Vervolgens heeft Koning Hendrik IV meer uitbreidingen aan het kasteel gedaan dan welke koning dan ook sinds Frans. Koning Lodewijk XIII, geboren en gedoopt in het kasteel, zette de door zijn vader begonnen werken voort. Hij voltooide de decoratie van de kapel van de Drievuldigheid. Koning Lodewijk XIV bracht meer dagen in Fontainebleau door dan welke andere vorst ook; hij ging er elk jaar op jacht aan het einde van de zomer en het begin van de herfst.
Op 19 en 20 mei 1717, tijdens het regentschap na de dood van Lodewijk XIV, was de Russische tsaar Peter de Grote te gast in Fontainebleau. Er werd een jacht op herten voor hem georganiseerd en er werd een banket geserveerd. Officieel was het bezoek een groot succes, maar uit de memoires die later door leden van de delegatie werden gepubliceerd, blijkt dat Peter de Franse jachtstijl niet kon waarderen en dat hij het kasteel te klein vond in vergelijking met de andere koninklijke Franse residenties. De routine in Fontainebleau beviel hem ook niet; hij gaf de voorkeur aan bier boven wijn (en bracht zijn eigen voorraad mee) en stond graag vroeg op, in tegenstelling tot het Franse hof.
De renovatieprojecten van Lodewijk XV waren ambitieuzer dan die van Lodewijk XIV. Om meer onderdak te creëren voor zijn enorme aantal hovelingen, liet de koning in 1737-1738 een nieuwe binnenplaats bouwen, de Cour de la Conciergerie of Cour des Princes, ten oosten van de Hertengalerij.
Koning Lodewijk XVI breidde het kasteel ook uit om meer ruimte te creëren voor zijn hovelingen. Naast de Galerij van Frans I werd een nieuw gebouw opgetrokken; dit creëerde een groot nieuw appartement op de eerste verdieping en een aantal kleine appartementen op de begane grond, maar blokkeerde ook de ramen aan de noordzijde van de Galerij van Frans I. De appartementen van koningin Marie Antoinette werden gerenoveerd; in 1777 werd voor haar een salon in Turkse stijl gecreëerd, in 1786-1787 een zaal voor spelen en in 1787 een boudoir in arabeskenstijl. Lodewijk XVI en Marie Antoinette brachten hun laatste bezoek aan Fontainebleau in 1786, aan de vooravond van de Franse Revolutie.

embed-google-photos-album link=”https://photos.app.goo.gl/DPCmp3kVaZqBZd2P8″ mediaitems-cover=”true”

Tussen 1812 en 1814 diende het kasteel als een zeer elegante gevangenis voor paus Pius VII. Op 5 november 1810 werd de kapel van het kasteel gebruikt voor de doop van Napoleons neef, de toekomstige Napoleon III, met Napoleon als zijn peetvader en keizerin Marie-Louise als zijn peetmoeder.
Napoleon bracht de laatste dagen van zijn regering door in Fontainebleau, alvorens daar op 4 april 1814 af te treden, onder druk van zijn maarschalken Ney, Berthier en Lefebvre. Op 20 april, na een mislukte zelfmoordpoging, nam hij emotioneel afscheid van de soldaten van de Oude Garde, verzameld in het Erehof. Later, tijdens de Honderd Dagen, verbleef hij daar op 20 maart 1815.
Na de restauratie van de monarchie bleven koningen Lodewijk XVIII en Karel X beiden in Fontainebleau, maar geen van beiden voerde grote veranderingen aan het paleis door. Lodewijk Filips I was actiever en restaureerde sommige kamers en herinrichtte andere in de stijl van zijn tijd.
Keizer Napoleon III, die in Fontainebleau was gedoopt, hervatte de gewoonte van lange verblijven in Fontainebleau, vooral in de zomer. Veel van de historische vertrekken, zoals de Hertengalerij, werden gerestaureerd tot een bijna originele staat, terwijl de privévertrekken werden heringericht naar de smaak van de keizer en keizerin.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel op 16 juni 1940 bezet door de Duitsers. Ze bleven er bezet tot 10 november en daarna van 15 mei tot eind oktober 1941. Na de oorlog werd een deel van het kasteel het hoofdkwartier van de Westelijke Unie en later van de NAVO, Allied Forces Central Europe/Supreme Headquarters Allied Powers Europe, tot 1966.

Musea kasteel Chantilly

Waar ik tijdens de reis ook achter kwam was dat boven Parijs in kasteel Chantilly de tentoonstelling van de eeuw wordt gehouden en als het even kan op onze laatste dag ook nog te bezoeken.

Exhibition getijdenboek du Duc de Berry, inclusief Très Riches Heures

De Très Riches Heures du Duc de Berry, een waar icoon van de middeleeuwen, is de kroon op de collectie van het Musée Condé in Chantilly, Frankrijk. Overeenkomstig de wens van de schenker, de hertog van Aumale, kan het manuscript niet buiten het Musée Condé worden tentoongesteld, waar het vanwege zijn kwetsbaarheid en waarde doorgaans uit het zicht en op een veilige plek wordt bewaard.
Nadat het manuscript diverse problemen had ondervonden, moest het worden gerestaureerd. Deze restauratie, voorafgegaan door maanden van wetenschappelijke analyse en voorstudies, maakt het mogelijk om voor het eerst, en waarschijnlijk voor het laatst, 26 pagina’s (van de legendarische kalender) tegelijkertijd te tonen.
De tentoonstelling bij deze belangrijke gebeurtenis biedt context voor dit ‘kathedraalboek’ en verkent de ongelooflijke invloed ervan. Rond 1411 gaf de eminente verzamelaar en bibliofiel Jean, hertog van Berry, drie meesterverluchters, de gebroeders Van Limburg, opdracht een getijdenboek voor hem te maken, een werk dat onvoltooid zou blijven nadat zowel de hertog als de illustratoren in 1416 overleden. Gedurende de rest van die eeuw voltooiden andere verluchters het werk, zoals Barthélémy d’Eyck rond 1446 voor de Franse koninklijke familie en Jean Colombe rond 1485 voor Karel I van Savoye, die het boek had geërfd.
Na de verhuizing naar Chantilly en de eerste reproducties in opdracht van de hertog van Aumale verwierf het boek wereldwijde faam en verwierf het een iconische status. Het roept nog steeds een romantisch en geïdealiseerd beeld van de middeleeuwen op in de publieke verbeelding.

Ik hoop hier nog een aparte webpagina aan te wijden, maar hier alvast een impressie van Très Riches Heures du Duc de Berry

Op deze website kun je getijdenboek ook zelf in zijn geheel doorbladeren!

You may also like

Blijf op de hoogte, blijf geïnspireerd

Abonneer u op onze nieuwsbrief voor de laatste trends en tips!

@2025 u2013 All Right Reserved. Designed and Developed by PenciDesign