Biografieën

Biografieën Groen van Prinsterer

by Bob van Dijk

Plus briefwisseling en bescheiden

Gerrit Jan Vos Adr.zn., Groen van Prinsterer en zijn tijd (2 delen, 1886 en 1891)
De eerste omvangrijke levensbeschrijving geschreven door iemand die nog dicht bij Groens eigen tijd stond.

Briefwisseling

De Briefwisseling is verschenen in vier delen en twee supplementdelen. In de supplementen zijn latere archiefvondsten verwerkt en weglatingen in vroegere delen gecorrigeerd. Ook de oorspronkelijk buiten de reeks verschenen correspondentie tussen Groen en Abraham Kuyper is erin opgenomen. Alle delen hebben bijlagen.[1] Zijn omvangrijke correspondentie is dus in zes dikke delen in de Rijks Geschiedkundige Publicatiën uitgegeven. Dat was een megaproject, waarmee de grote Groenkenner Carel Gerretson in 1925 begon en dat begin jaren negentig door mevrouw J. L. van Essen is voltooid.

Bescheiden

In 1951 had dezelfde Carel Gerretson een begin gemaakt met een uitgave van de Bescheiden, maar dat project bleef onvoltooid en weerspiegelde sterk zijn eigen historische interpretatie. Zijn schriftelijke nalatenschap vond een voorbeeldig bezorger in dr. J. Zwaan, die in 1990 en 1991 de twee vuistdikke banden ”Bescheiden” het licht deed zien. Zij vormen deel VIII en IX van deze kritische uitgave van de Schriftelijke Nalatenschap van Groen van Prinsterer. Ze omvatten respectievelijk de perioden 1821–1842 en 1842–1876 oftewel  zijn vormingsjaren, inclusief zijn dagboek uit 1822 (21 april–17 juni 1822)[2], dat bijzonder belangrijk is voor zijn geestelijke ontwikkeling en de periode waarin Groen nationaal politiek leider en historicus is. Het eerste deel laat zien hoe Groen van een tamelijk verlichte, intellectuele jongeman uitgroeit tot de christelijk-historische denker die later bekend zou worden. Het tweede deel maken zichtbaar hoe Groen werkte: zijn denkproces, zijn voorbereiding van redevoeringen en boeken en zijn omgang met actuele politieke vraagstukken.

Dr. P.A. Diepenhorst, Groen van Prinsterer (1932)

Dat is de eenvoudig titel van de levensbeschrijving die Pieter Arie Diepenhorst 1872-1953) in 1932 publiceerde. dat decennialang als standaardwerk heeft gefungeerd. De gereformeerde econoom en theoloog P.A. Diepenhorst (heeft verschillende invloedrijke boeken en bewerkingen over Groen geschreven, waarvan de in 1932uitgegeven eerste omvangrijke, boeklange biografie over Groen van Prinsterer als zijn belangrijkste werk op dit gebied geldt. Daarin beschreef hij Groens opvattingen over de kerkelijke strijd, de schoolstrijd en het parlementaire stelsel. Hij spreekt over revolutie als ‘de omkering van denkwijs en gezindheid’ of over ‘de religie van het ongeloof’. Groen vergeleek de ingrijpende betekenis van de Franse Revolutie met die van de Reformatie voor het christendom.

Kenmerkend voor Diepenhorsts benadering is dat hij:

  • Groen niet alleen als historicus en politicus beschrijft, maar vooral als christelijk staatsman;
  • veel aandacht besteedt aan de ontwikkeling van Groens geloofsovertuiging en het Réveil;
  • Ongeloof en Revolutie presenteert als de sleutel tot Groens politieke en historische denken;
  • de biografie schrijft vanuit een antirevolutionaire sympathie, waardoor het boek eerder interpretatief dan kritisch is.

Sinds het onderzoek van C. Tazelaar en latere archiefstudies is veel nauwkeuriger bekend hoe Groen zich intellectueel ontwikkelde. Diepenhorst romantiseert zijn jeugd (1801-1823).
Diepenhorst presenteert de bekering (ca. 1827-1831) als een vrij plotselinge geestelijke ommekeer. Sinds J.L.P. Brants (Groens geestelijke groei, 1951) wordt deze gezien als een langdurig proces.

Diepenhorst had natuurlijk nog niet het omvangrijke bronnenmateriaal ter beschikking dat naderhand is verschenen. Nieuw onderzoek laat zien dat Groen veel langer vasthield aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden dan Diepenhorst suggereert; Europese politieke overwegingen speelden bij de Belgische Opstand een grotere rol.

Door de uitgegeven correspondentie is duidelijk geworden dat het netwerk rond Da Costa, Bilderdijk, Capadose en De Clercq veel hechter en wederkeriger was dan uit Diepenhorst blijk.   Diepenhorst kende slechts een klein deel van de brieven van Betsy Groen van Prinsterer. Inmiddels blijkt zij een veel zelfstandiger intellectuele en geestelijke gesprekspartner te zijn geweest. Diepenhorst schrijft vanuit een antirevolutionair perspectief; recenter onderzoek plaatst Groens Kerkstrijd en de Afscheiding sterker in de bredere negentiende-eeuwse kerkpolitieke context en moderne historici besteden minstens evenveel aandacht aan Groen als historicus, filantroop, netwerker en Europees intellectueel. Sinds studies van H. Smitskamp, J. Kamphuis, George Harinck, Ewald Mackay en anderen wordt Groen veel sterker geplaatst binnen de Europese historische school, terwijl Diepenhorst hem vooral als christelijk staatsman leest.

G. Puchinger: Groen van Prinsterer als correspondent. Strijder-triomphator. Deze publicatie wordt vermeld in Philosophia Reformata[3] Volume 17: Issue 1-4, 1951). Dit is geen doorlopende levensbeschrijving, maar een studie van Groen aan de hand van zijn correspondentie. Puchinger laat hierin vooral Groen als persoon, denker en strijder zien. “Verlucht met een photo van een portret van den groot en voorganger, op wien aller  aandacht zich in den herlevenden geestelijken strijd weder gaat concentreren, geeft de reeds niet meer onbekende jonge auteur in de brochure een overzicht van Groens houding naar de verschillende facetten van zijn tijd. Na voorwoord, opdracht, inleiding en rondblik volgen:

  • Groen en de afgescheidenen;
  • Groen, van Assen en de liberalen;
  • Groen en de ethisch-irenischen ;
  • Groen en van der Brugghen ;
  • Groen en de Roomsch-Katholieken
  • Groen en het Koningshuis

tenslotte enige afrondende en afsluitende paragrafen.

G. Puchinger: Groen als figuur. Belangrijkste punten:

  • Groen zag geschiedenis nooit als een neutrale wetenschap.
  • Zijn politieke optreden vloeide voort uit zijn geschiedbeschouwing.
  • Zijn bekering tijdens het Réveil vormde het beslissende keerpunt van zijn leven.
  • Zijn eenzame positie in politiek en wetenschap maakte hem onafhankelijk van de heersende mode.
  • Volgens Puchinger ligt de eenheid van Groens leven in zijn geloof in Gods voorzienigheid.

Mr. H.W.J.Mulder, Groen van Prinsterer staatsman en profeet (Franeker, 1973)

Het is vooral belangrijk omdat het een specifieke interpretatie van Groen uit de jaren zeventig vertegenwoordigt: niet zozeer Groen als voorloper van de moderne ARP/CDA-politiek, maar Groen als christelijk staatsman die de secularisering principieel doorzag en daar profetisch tegenover stond.
De titel is eigenlijk meteen de interpretatieve sleutel: Groen: staatsman én profeet.
Mulder wil kennelijk niet alleen reconstrueren wat Groen politiek deed, maar vooral aantonen wat Groen voor de moderne tijd te zeggen heeft. Dat maakt het boek anders dan een neutrale biografie.
Een een recensie in de Waarheidsvriend van 20 juni 1974 zag de hervormde theoloog W. Aalders, precies dit als de grote betekenis van het boek. Hij schreef in 1974 dat Mulder Groen vooral presenteert als „de strijder voor een christelijke staat” en dat de verbinding die Mulder legt met Hoedemaker en Van Ruler duidelijk maakt waar volgens hem Groens profetische betekenis ligt. Mulder leest Groen dus sterk vanuit het probleem van de secularisatie, evolutionair denken en de ontbinding van historische en religieuze tradities in 1973, toen de antirevolutionaire traditie was toen al volop bezig zich te heroriënteren. De oude vanzelfsprekendheid van de christelijke politiek was verdwenen. Aalders beschrijft de situatie waarin Mulders boek verscheen zelfs als een tijd waarin Groen vrijwel was vergeten en waarin ook binnen christelijke kring afstand van hem werd genomen. Volgens de bespreking van Aalders laat Mulder zien dat Groen veel minder gemakkelijk als een reactionaire verdediger van de maatschappelijke status quo kan worden voorgesteld. Aalders citeert bijvoorbeeld Groen over het schrijnende contrast tussen overvloed en gebrek.
Daarmee maakt Mulder een onderscheid dat voor het begrijpen van Groen essentieel is:
gelijkheid van menselijke waarde ≠ revolutionaire gelijkheid.
Groen verdedigde volgens deze lezing de gelijkwaardigheid van mensen, maar verzette zich tegen het revolutionaire ideaal van een volledig genivelleerde samenleving. Dat sluit aan bij Groens bredere denken over de organische, historisch gegroeide structuur van de samenleving.

Dr. Gerrit Jan Schutte, Mr. G. Groen van Prinsterer (Goes, 1977)

Gerrit Jan Schutte (1940–2025) was een Nederlandse historicus en hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij verwierf vooral bekendheid door zijn onderzoek naar de geschiedenis van Nederland in wereldwijde context, met bijzondere aandacht voor Zuid-Afrika, de VOC en de relaties tussen Europa en de niet-Europese wereld.
Hij heeft erop gewezen dat Groen het koloniale verleden bijna geheel heeft laten liggen, hoewel de opkomst van de Nederlandse Republiek min of meer samenging met het verwerven van overzeese gebieden. In de tijd van Groen kon je Nederland niet los zien van wat er in de Indische archipel en in Suriname gebeurde. Ook Groen liet z’n brochures naar Batavia sturen. Op een vreemde manier was het koloniaal imperium zowel aanwezig als afwezig bij Groen. En niet alleen bij hem. Volgens Gerrit Jan Schutte concentreerde Groen zich vrijwel volledig op:

  • de Nederlandse constitutionele ontwikkeling;
  • de Franse Revolutie en haar geestelijke gevolgen;
  • de Europese kerk- en politieke geschiedenis;

terwijl Nederlands-Indië, Suriname en het koloniale bestuur slechts sporadisch in zijn werk voorkomen. Dat is opmerkelijk, omdat Groen tijdens een groot deel van zijn leven parlementariër was van een koloniale mogendheid.

Zijn biografie Mr. G. Groen van Prinsterer neemt een bijzondere plaats in binnen de literatuur over Groen. Hoewel het boek relatief beknopt is, heeft het decennialang gegolden als de beste moderne levensschets. Het is geen uitputtende wetenschappelijke biografie, maar een historisch goed onderbouwde interpretatie van Groen als staatsman, christen en denker. De latere constatering dat een integrale wetenschappelijke biografie nog ontbrak, was juist de aanleiding voor het huidige biografieproject van Gertjan Schutte.

Schutte probeert Groen niet te beoordelen vanuit hedendaagse politieke categorieën. Hij laat zien dat Groen het beste pas begrepen kan worden als iemand die reageerde op fundamentele veranderingen in Europa. Waar oudere auteurs soms een scheiding aanbrengen tussen Groen als gelovige en Groen als politicus, benadrukt Schutte juist hun eenheid. Groens eigen uitspraak “Geen staatsman, maar een Evangeliebelijder. vormt eigenlijk de rode draad van het boek. Vergeleken met bijvoorbeeld Pieter A. Diepenhorst (1932) is Schutte kritischer. Hij bespreekt ook:

  • Groens politieke mislukkingen;
  • zijn beperkte parlementaire succes;
  • zijn soms moeilijke karakter;
  • zijn moeizame samenwerking met medestanders;
  • het conflict met Justinus van der Brugghen.

Groen blijft bewonderenswaardig, maar wordt menselijker getekend. Schutte ziet de schoolstrijd als een sleutel tot Groens politieke ontwikkeling. Hij laat zien hoe:

  • Groen aanvankelijk vertrouwen had in christelijke samenwerking;
  • de Schoolwet van 1857 een breuk betekende;
  • juist daarna het antirevolutionaire denken scherper werd.

Schutte besteedt opvallend veel aandacht aan Groen als historicus. Hij behandelt:

  • het Handboek der Geschiedenis van het Vaderland;
  • de Oranje-archieven;
  • de betekenis van geschiedenis voor politiek.

Volgens Schutte gebruikte Groen geschiedenis niet alleen om het verleden te beschrijven, maar om Gods leiding in de geschiedenis zichtbaar te maken.

Dr. Roel Kuiper – ‘Tot een voorbeeld zult gij blijven’, Mr. G. Groen van Prinsterer (2001)

Kuiper was voormalig WI-directeur CU en1e Kamerlid voor de CU en hoogleraar Christelijke identiteit aan de Theologische Universiteit Kampen | Utrecht) schreef in 2001 een biografie over Groen van Prinsterer, waarin hij de nauwe band tussen de innerlijke overtuigingen en het publiek optreden van Groen van Prinsterer beschrijft. Kuiper zegt dat hij schrijft voor een breder dan een strikt academisch publiek, maar heeft wel een invalshoek willen kiezen die duidelijk iets toevoegt aan de bestaande literatuur: het ging Kuiper om „het verband tussen karakter, levensovertuiging en werk.”

Hij zelf is daarom ook de eerste om volmondig te erkennen, dat deze biografie nog die de biografie is waarop we wachtten. In de ”Verantwoording” somt hij zelf de onderwerpen op die hij buiten beschouwing heeft moeten laten. Hij spreekt de hoop uit dat zijn boek een stimulans mag zijn tot verder onderzoek, zodat die wetenschappelijke biografie eens het licht zal zien.

Kuiper citeert in zijn inleiding een uitspraak van de Wassenaarse predikant L. J. van Rhijn, die Groen typeerde als „een kind, een juffrouw, een geleerde en een held.” „Deze kwalificaties”, schrijft Kuiper, „brengen ons bij de Groen zoals hij in de dagelijkse omgang was. Zodoende valt er meer licht op zijn persoonlijkheid, zijn religieuze, intellectuele en sociale houding en gedragingen.

Zo beschrijft Kuiper Groens opvoeding en bekering, zijn huwelijk met Betsy van der Hoop en ook zijn vriendschappen komen aan de orde en ook zijn publieke optreden in de Tweede Kamer, zijn betrekkingen aan het koninklijk hof en zijn kerkelijke standpunten. Groen was een kind in het geloof, maar schreef als een geleerde. Zijn belangrijkste boeken en ideeën worden in dit boek behandeld. In het betrekkelijke isolement van zijn levensavond heeft hij nog eenmaal opengelegd wat de motivatie was die hem dreef.[4]

Groens leven wordt in de lijst van zijn tijd geplaatst en niet eroverheen. In deze strikt historische aanpak onderscheidt Kuiper zich van veel van zijn voorgangers.

De titel zijn de woorden die de dichter en Réveil-leider Isaäc da Costa sprak tot de orthodox-christelijke politicus en historicus Guillaume Groen van Prinsterer in 1854, toen diens politieke loopbaan uitzichtloos leek. Da Costa bemoedigde hem hiermee. Hij benadrukte dat iemands waarde niet alleen afhangt van direct politiek succes, maar ook van principiële getuigenis en voorbeeldwerking.
De titel drukt ook uit, dat Groen voor velen allereerst een voorbeeld ter navolging is. Hij heeft als evangeliebelijder, staatsman, historicus en polemist vele gereformeerden geïnspireerd.
Anders dan P.A. Diepenhorst had Kuiper meer aandacht voor de mens achter de staatsman:

  • Meer psychologische en biografische verdieping.
  • Nauwe samenhang tussen geloof, huwelijk, vriendschap en politiek.
  • Minder hagiografisch en meer historisch.

In mei 2026 verscheen bij uitgeverij Buijten & Schipperheijn een herziene en vernieuwde druk van dit werk. Waar de biografie uit 2001 vooral de politieke en historische Groen beschreef, legt Kuiper nu sterker de nadruk op de wisselwerking tussen Groens persoonlijke bekering, zijn geestelijke ontwikkeling en zijn publieke optreden. Groen wordt niet alleen als politicus of historicus beschreven, maar vooral als christen die vanuit een persoonlijke geloofsovertuiging handelde. Deze benadering vormt de rode draad van het boek.
Kuiper geeft Groens echtgenote, Elisabeth (Betsy) van der Hoop, een veel grotere plaats. Zij verschijnt niet langer slechts als ondersteunende echtgenote, maar als iemand die Groens geestelijke ontwikkeling en maatschappelijke netwerk mede vormgaf. Daarmee sluit Kuiper aan bij recenter onderzoek naar de rol van vrouwen binnen het Réveil.
Oudere biografieën benadrukten vaak Groens politieke eenzaamheid. Kuiper nuanceert dat beeld. Groen stond regelmatig alleen in de Kamer, maar maakte tegelijkertijd deel uit van een breed Europees protestants netwerk van denkers, politici en kerkelijke leiders. Daardoor wordt zijn betekenis internationaler geplaatst.

Een belangrijk nieuw accent is dat Kuiper laat zien hoe Groens historische denken rechtstreeks zijn politieke handelen bepaalde. Zijn beroemde stelling dat de Franse Revolutie een geestelijke oorsprong had, wordt niet alleen als historische these behandeld, maar als uitgangspunt voor zijn gehele politieke optreden.

Kuiper laat uitgebreider zien dat Groen in zijn laatste jaren bewust terugblikte op zijn leven en probeerde zijn geestelijke nalatenschap vast te leggen. De titel Tot een voorbeeld zult gij blijven krijgt hierdoor meer betekenis: Groen wordt gepresenteerd als iemand die zijn eigen leven zag als een getuigenis voor volgende generaties.[5]

W. van der Zwaag – Twaalf Reveilgetuigen (Koster, 2003)

Willem Bilderdijk en zijn geestverwanten

In hoofdstuk 11 schreef hij over Groen van Prinsterer, als een kind van het Reveil.

Arie Kuiper en Roel Kuiper, G. Groen van Prinsterer (2008)

Dit betreft de bewerking van het hoofdwerk Ongeloof en Revolutie (1847) van Guillaume Groen van Prinsterer, uitgebracht in december 2008 in de serie Klassiek Licht. Het boek is hertaald en bewerkt door Arie Kuiper en voorzien van een inleiding door Roel Kuiper, dat door de Stichting Christelijk Filosofie op hun website beschikbaar is gesteld: https://www.christelijkefilosofie.nl/wp-content/uploads/2026/05/leesfragment-Ongeloof-en-Revolutie-BW.pdf

Jaap Smit – Gelegenheidsgeschrift  

Jaap Smit (1957) was leraar godsdienst, dorpsdominee en legerpredikant. Vervolgens organisatieadviseur en algemeen directeur van Slachtofferhulp Nederland en voorzitter van de vakcentrale CNV. Na deze gevarieerde loopbaan werd hij in 2014 commissaris van de Koning in Zuid-Holland. De website van de Vereniging Groen van Prinsterer (ca. 2018–2020) noemt de Commissaris van de Koning in Zuid-Holland, de heer Jaap Smit als iemand die “over het leven en werken van Groen” schreef. Jaap Smit trad meerdere malen op als spreker tijdens congressen van de Vereniging Groen van Prinsterer. Zijn bijdragen gingen vooral over:

  • christelijk geïnspireerd openbaar bestuur;
  • moreel leiderschap;
  • de actualiteit van Groen voor hedendaagse bestuurders;
  • de noodzaak van een normatief verhaal achter politiek

In zijn memoires Zonder kompas geen koers De theoloog als bestuurder in een zoekende samenleving. (2024) grijpt Smit regelmatig terug op christelijk-historische denkers en op de behoefte aan een moreel kompas in de politiek. Groen van Prinsterer vormt daarin een impliciete inspiratiebron

Roel Kuiper hertaalde Groens hoofdwerk Ongeloof en Revolutie (2016).

Gertjan Schutte, verwachte biografie 2027

Aangekondigde wetenschappelijke Groen-biografie als activist en meer ‘de negentiende-eeuwse intellectueel’ door deze jonge onderzoeker aan de Theologische Universiteit te Utrecht (begonnen in Kampen), met als kenmerken:

  • Geen uitsluitend politieke biografie, maar een integrale levensbeschrijving.
  • Groen als historicus, politicus, filantroop, briefschrijver én netwerker.
  • Sterke aandacht voor internationale context, wetenschappelijke cultuur, politieke stijl en de wisselwerking tussen persoon en ideeën.
  • Deze biografie maakt gebruik van veel meer bronnen dan zijn voorgangers, waaronder de inmiddels uitgegeven correspondentie en archieven.
Thema / hoofdstukDiepenhorst (1932)Kuiper (2001)Gertjan Schutte (lopend onderzoek)
1. Afkomst en jeugdSterke nadruk op de aristocratische afkomst als voorbereiding op Groens roeping.Meer aandacht voor de intellectuele vorming en universitaire jaren.Plaatst Groen in de politieke cultuur van het Koninkrijk der Nederlanden en onderzoekt hoe zijn milieu zijn latere optreden vormde. (University of Groningen)
2. BekeringCentrale breuk in zijn leven; bijna een plotselinge bekering.Geleidelijke geestelijke ontwikkeling onder invloed van het Réveil.Bekijkt de bekering als onderdeel van een langdurig proces waarin persoonlijke ervaringen, vriendschappen en geloofspraktijken samenkomen. (University of Groningen)
3. Betsy van der HoopVooral steunende echtgenote.Veel belangrijkere geestelijke gesprekspartner.Verwacht wordt dat Betsy een zelfstandige historische rol krijgt dankzij de uitgebreide correspondentie. (University of Groningen)
4. Het RéveilGeestelijke achtergrond van Groens optreden.Netwerk van wederzijdse beïnvloeding.Analyse van het gehele internationale protestantse netwerk en de rol van correspondentie daarin. (University of Groningen)
5. Kabinet van Willem IVoorbereiding op zijn politieke loopbaan.Ook aandacht voor de spanning tussen hof en geweten.Onderzoekt de hofcultuur als vormende omgeving voor Groens politieke stijl. (University of Groningen)
6. Belgische OpstandHeldhaftige verdediging van Oranje.Meer oog voor politieke dilemma’s.Plaatst Groen in de internationale diplomatie en de crisis van het jonge Koninkrijk.
7. HistoricusGroot protestants geschiedschrijver.Historicus én politiek denker.Historicus als deelnemer aan de negentiende-eeuwse wetenschappelijke cultuur; nadruk op zijn bronnenwerk en historische methode. (University of Groningen)
8. ArchiefuitgavenBelangrijk maar ondergeschikt.Meer waardering voor de wetenschappelijke betekenis.Eén van de pijlers van Groens levenswerk.
9. Ongeloof en RevolutieHoogtepunt van zijn denken.Sleutel tot de samenhang tussen geloof en politiek.Wordt geplaatst binnen de Europese intellectuele debatten van de negentiende eeuw. (RD.nl)
10. Parlementaire loopbaanHeldhaftige eenling.Politicus die bewust getuigenis aflegt.Onderzoek naar parlementaire cultuur, retoriek, netwerken en politieke praktijk. (University of Groningen)
11. SchoolstrijdPrincipiële strijd om christelijk onderwijs.Verbonden met zijn visie op de christelijke samenleving.Analyse van politieke strategie én maatschappelijke mobilisatie.
12. Kerk en AfscheidingOrthodox-protestants perspectief.Meer aandacht voor Groens dilemma tussen kerkelijke eenheid en belijdenis.Benadert dit binnen de bredere protestantse cultuur van de negentiende eeuw. (RD.nl)
13. VriendschappenOndersteunend aan het verhaal.Belangrijk voor zijn ontwikkeling.Netwerken vormen een hoofdthema; duizenden brieven maken een veel fijnmaziger reconstructie mogelijk. (University of Groningen)
14. Laatste jarenTriomf van de antirevolutionaire beginselen ondanks persoonlijk isolement.Meer aandacht voor teleurstellingen én geestelijke verdieping.Verwacht wordt een evenwichtiger beeld van succes, mislukking en persoonlijke ontwikkeling.

[1] https://resources.huygens.knaw.nl/brievenbescheidengroenprinsterer

[2] Dit dagboek is eigenlijk de sleutel tot zijn hele latere leven. Vrijwel alles wat later terugkomt – voorzienigheid, geschiedenis, politiek, roeping – is hier al in aanleg aanwezig
Hier lees je: zijn strijd tegen eerzucht; zijn verlangen naar een waar christelijk leven; zijn ontdekking dat geloof méér is dan verstandelijke instemming; zijn groeiende afhankelijkheid van Gods genade; zijn verlangen naar heiliging.

[3] https://brill.com/view/journals/phir/17/1-4/article-p92_7.xml
https://brill.com/view/journals/phir/17/1-4/article-p92_8.xml?rskey=VclVS9&result=6

[4] https://www.rd.nl/oud/boek/boekgs/010919boekgs06.html : Recensie door B. J. Spruyt – 19 september 2001

[5]  https://chatgpt.com/share/6a724ab0-823c-83eb-a7f9-9af6c6e637ee

You may also like

Blijf op de hoogte, blijf geïnspireerd

Abonneer u op onze nieuwsbrief voor de laatste trends en tips!

@2025 u2013 All Right Reserved. Designed and Developed by PenciDesign