Aanleiding voor mij om aantal blogs in het 150e herdenkingsjaar van Groen te schrijven.
- Als eerste, dat ik al eerder blogs over hem geschreven heb n.a.v. twee boeken van Jelle Bijl n.a.v. inname van de Krim door Rusland in 2014 in Europese context.[1]
- De boodschap van Bart van Loo, dat niet Willem van Oranje de echte Vader van ons Vaderland is, maar Filips de Goede (1396-1467), dat voor mij op bijzondere wijze bevestigd werd in een artikel van oud hoofdredacteur Annemarie Laven in het Historische Nieuwsblad van oktober 2010[2], waarna ik een onderzoek ben begonnen naar de vraag wie wij zijn en waar wij vandaan komen verwerkt heb in negen blogs over wandelen in de voetsporen van de Bourgondiërs.
- Ten derde wat ik over Groen van Prinsterer gelezen had bij Peter Raedts, in zijn weergaloze boek Ontdekking van de Middeleeuwen. Geschiedenis van een illusie.[3] Raedts was jezuïet/priester tot 1997 en tot zijn overlijden in 2021 hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen De titel gaat echter niet zozeer over de Middeleeuwen zelf, maar over de ontdekking daarvan in de 19e eeuw, toen alle Europese landen – na de nederlaag van Napoleon bij Waterloo – zich allemaal in navolging van Herder gingen oriënteren op hun nationale verleden en hun oorsprong in de Middeleeuwen vonden. Waarbij hij conclusies van historicus Johan Huizinga over de Herfsttij van onze Middeleeuwen, als zouden die niet voor onze geschiedenis belangrijk zijn, weerlegt. Zie nadere beschouwing verderop.
- Publicaties van dr. Willem Aalders over Groen van Prinsterer om net als hem de tijdgeest te weerstaan. Zijn geschriften (vooral zijn Theocratie en Ideologie) getuigden van een diep inzicht in de crisis van kerk en samenleving en van een profetisch uitzicht op Gods onbewegelijk Koninkrijk dat ieder tijdsgewricht trotseert.
- De inzet van Groen van Prinsterer voor o.a. de afschaffing van slavernij en de betekenis daarvan voor vandaag, maar in zijn Handboek der geschiedenis van het Vaderland het koloniale verleden bijna geheel heeft laten liggen, hoewel de opkomst van de Nederlandse Republiek min of meer samenging met het verwerven van overzeese gebieden. In de tijd van Groen kon je het Koninkrijk der Nederlanden niet los zien van wat er in de Indische archipel en in Suriname gebeurde. Ook Groen liet z’n brochures naar Batavia sturen. Op een vreemde manier was het koloniaal imperium zowel aanwezig als afwezig bij Groen. En niet alleen bij hem, zegt de huidige biograaf Gertjan Schutte en naamgenoot (maar geen familie) in een interview.
Probleemstelling onze beperkte geschiedenisopvatting
Ik was nogal verrast hoe veel eerder en vaker Groen van Prinsterer herdacht is en er meerdere biografieën over hem geschreven zijn. Zie mijn blog “Niet de eerste herdenking.”
De boodschap van Bart van Loo aan ons Nederlanders, zoals gezegd, dat niet Willem van Oranje de echte Vader van ons Vaderland is, maar Filips de Goede (1396-1467) heeft nogal wat voeten bij mij in de aarde gehad. Net als hij ben ik in de voetsporen getreden van de Bourgondiërs, de aartsvaders van de Lage Landen, waardoor ik me meer bewust ben geworden, dat als we ons volkslied zingen, we in feite zingen over een Habsburger!
Wilhelmus van Oranje [van Nassau], was in feite een hertog in dienst van de Habsburgse koning Karel V, de kleinzoon van Maria van Bourgondië (die trouwde met Maximiliaan van Habsburg)* en zelf een kleindochter van Filips de Goede was, de echte vader van ons van vaderland, zoals ook vermeld staat in het Historisch Nieuwsblad van oktober 2010[4].

Willem van Nassau had van 1552-1553 nog gediend als overste van Karels leger in de strijd tegen Henri II koning van Frankrijk, de man van Catherina de Medici die het Château de Chenonceau in 1547 cadeau gaf aan zijn machtige maîtresse Diana van Poitiers, die de iconische boogbrug over de rivier de Cher liet bouwen en het kasteel tot een prachtig renaissancepaleis maakte, totdat de koning in 1559 overleed en weduwe Catharina de’ Medici haar verdreef*
Zie mijn reisverslag lang de Loire in de zomer van 2025: https://theophilme.nl/een-zomerreis-langs-de-loire/
Nu vond ik het opvallend bij het in kaart brengen van alle Groensymposia, dat Groen van Prinsterer vooral in de Gereformeerde gezindte ook als een soort tweede Vader van het Vaderland wordt gezien en daar kan ik hen eigenlijk geen ongelijk in geven. Waarbij die term van gereformeerde gezindte ook nog eens op Groen zelf teruggaat. Zeker als je bedenkt dat hij als referendaris van koning Willem I was en onder koning Willem II toezichthouder van het Koninklijk Huisarchief; hij een Handboek der geschiedenis van ons Vaderland heeft geschreven met het Reveil als zijn geestelijk achtergrond, zijn methodiek om christelijke beginselen over te brengen in het politieke debat en de betekenis van zijn visie bij het ontstaan van de grondwet van 1848 onder Thorbecke. In feite geldt hij ook als de architect van de christelijk-historische en antirevolutionair politieke partij en hoofdpersoon in wat G. Harinck, H. Paul en B. Wallet in hun boek het Gereformeerd Geheugen het Collectief geheugen noemen van Gereformeerde Protestanten, dat hen vanaf 1850 samenhang en identiteit verschafte. .
De herdenking van Groen van Prinsterer anno 2026, confronteert ons nl. met het ontstaan van de fundamenten van ons Koninkrijk der Nederlanden. Meervoud, pas ontstaan in 1815 (na de nederlaag van Napoleon in Waterloo in 1814, inclusief de Hereniging met de Zuidelijke Nederlanden, dankzij het Congres van Wenen in 1813 werd waar door de toenmalige grootmachten (met name Engeland] besloten werd om de Noordelijke Nederlanden en de Zuidelijke Nederlanden samen te voegen in een koninkrijk, dat als bufferstaat tegen Frankrijk moest dienen. De nieuwe staat was desalniettemin georganiseerd als een nationale eenheidsstaat in plaats van een federatie van steden en gewesten. Het Huis van Oranje leverde geen stadhouder meer, maar een vorst, die feitelijk als een absolute koning regeerde. Het was dus een absolutistische eenheidsstaat, die op revolutionaire principes was gegrondvest. Zie proefschrift van W.G.F. van Vliet uit 2008[5]
Bij Willem I, monarch van het Koninkrijk der Nederlanden ontstond logischerwijze een duidelijke behoefte aan een nieuw historisch overzicht, die naar zaken zocht die de onder hem vallende gebiedsdelen konden samenbinden. Het nationale verhaal moest Noord en Zuid, protestant en katholiek, voormalig patriot en orangist aanspreken. Een al te centrale plek voor de Opstand en de Gouden Eeuw was onwenselijk. De nieuwe vertelling moest ook de Belgen raken in hun ziel en eigenlijk ook een beetje historisch verantwoorden waarom een Oranje nu hun koning was. Bij Koninklijk Besluit werd daarom in 1826 een prijsvraag uitgeschreven: geschied- en letterkundigen werden uitgenodigd een plan voor een algemene Nederlandse geschiedenis in te dienen. Koning Willem I onderstreepte het belang van zo’n historiebeschrijving: “Aankweeking van vaderlandsliefde, bevordering van burgerdeugd en instandhouding van het nationaal karakter”.
In die prijsvraag van koning Willem I zag Groen een uitgelezen kans om de Hereniging van 1815 historisch te onderbouwen. Om te voorkomen dat het Zuiden zich op Frankrijk zou gaan oriënteren, mocht er aan een Franstalige nationaliteit geen aparte status worden verleend. Een op Frankrijk gerichte oriëntatie achtte hij met name gevaarlijk bij een nieuwe revolutie in Parijs.
Daar nu ligt al de basis van de publicatie in 1846 van zijn Handboek der Geschiedenis van het vaderland. Naar verluid was Koningin Wilhelmina bijzonder gehecht aan Groens Handboek. Het lag op haar werktafel altijd binnen handbereik. Wilhelmina heeft het haar leermeester Petrus Johannes Blok zeer kwalijk genomen dat hij informatie had achtergehouden over de geschiedenis van Nederland. De schellen vielen haar van de ogen toen ze kennisnam van dit handboek van Groen. In tegenstelling tot Blok heeft Groen de geschiedenis van Nederland opgevat als het verhaal van Gods leiding en de historie van Gods wonderen.
Hij laat die Vaderlandse geschiedenis echter niet beginnen met de Hollandse graven in de 10e eeuw, ook niet met het Plakkaat van Verlatinghe in 1581, maar in 1517 als het uur van de Hervorming geslagen heeft en God zijn licht in de geschiedenis weer laat schijnen, hetgeen nauw samenhangt met Groens overtuiging dat Nederland als natie zijn bestaan te danken heeft aan de strijd om het ware geloof. Het Handboek moest daarom Groens calvinistisch-orangistische nationalisme ondersteunen.
Het is op dit punt waar we m.i. moeten luisteren naar de inbreng van wijlen historicus Peter Raedt en zijn onderzoek en boek over de ontdekking van de Middeleeuwen (na de val van Napoleon) in al onze buurlanden behalve de Lage Landen.
Peter Raedts: Orthodoxe protestanten beschouwden de Tachtigjarige Oorlog als het moment waarop de natie was ontstaan, en weigerden enig belang te hechten aan de (katholieke) Middeleeuwen. Toen de katholieke emancipatie vanaf 1853 op gang kwam, en de katholieken zich de Middeleeuwen toe-eigenden als hún gouden tijdperk, was het voor het weldenkende deel der natie al helemaal onmogelijk om deze periode te ‘ontdekken’.” Nederland was, constateert Raedts, religieus té diep verdeeld om vanuit de Middeleeuwen een nationale mythe te scheppen.
WEEFFOUT
Peter Raedts heeft hier m.i. een fundamentele ERROR of WEEFFOUT blootgelegd in het verstaan van onze vaderlandse geschiedenis en van onszelf. Als je zoals Groen c.s. er al van wil uitgaan dat Nederland als natie zijn bestaan te danken heeft aan de strijd om het ware geloof, dan kan het niet zo zijn dat His Story pas met de Reformatie begon, alsof de Aanwezig daarvoor niet aanwezig was in de formatie van onze Lage Landen, die toch echt al veel eerder lag. Hoe door een blikvernauwing, we geen recht doet aan de GROTE HISTORIEVERTELLER.
Om zijn punt te maken, moet Raedts het wel opnemen tegen de gerenommeerde cultuurhistoricus Johan Huizinga (1872-1945), die zich weliswaar heel uitdrukkelijk rekenschap wilde geven in welke verhouding de middeleeuwse Bourgondische staat stond tot de latere Nederlandse republiek, maar zijn studenten voorhield dat :dat geen andere Noord Nederlandsche beschaving is dan die der 17º eeuw
In zijn cultuurhistorische studie Nederland’s beschaving in de zeventiende eeuw uit 1941 ging hij helemaal niet meer op zoek naar de voorgeschiedenis van Nederland, dat was nergens voor nodig, want: ‘Honderd, ja vijftig jaar voor Rembrandts geboorte bestond er nog geen Nederlandsch volk in den zin, waarin wij het hier verstaan’.
Uit angst voor anachronistisch en nationalistisch versleten te worden bevestigde de mediëvist Huizinga het negentiende-eeuwse oordeel dat als het over Nederland ging, de Middeleeuwen aan de vergetelheid konden worden prijsgegeven.
Een ander historicus die dat scherp in beeld brengt en ook door Peter Raedts wordt aangehaald is Pieter Geyl (1887-1966), die van jongs af aan gegrepen was door de Groot-Nederlandse gedachte: de idee dat alle Nederlandssprekenden deel uitmaakten van dezelfde Nederlandse stam, waarmee hij bedoelde dat zij leden waren van dezelfde taal- en cultuurgemeenschap. Hij zag het als zijn levenswerk om die gemeenschappelijkheid van een historisch fundament te voorzien. En om dat te kunnen leggen had hij de Middeleeuwen nodig, de tijd vóór de breuk tussen Noord en Zuid, de tijd waarin volgens hem de Nederlandse taalgemeenschap was ontstaan en zich voorzichtig van haar eenheid bewust was geworden.
Over een en ander kunt u meer lezen in mijn blog over Peter Raedt’s ‘Ontdekking van de Middeleeuwen’, waarin hij met allerlei andere historici in gesprek is.
Gods hand in de geschiedenis
Een nevenaspect van deze kwestie is hoe überhaupt over geloof en geschiedenis te denken, zeker in de historiografie en meer specifiek dat als we al geloven dat de Eeuwige een (heils)plan met deze wereld heeft, hoe we dan Zijn hand in de geschiedenis menen aan te kunnen tonen.
Ook op dit punt viel mij op dat we niet de eerste zijn, die hierover nadenken, reflecteren en schrijven. Zo was er aan het begin en opnieuw na de Tweede Oorlog scepsis ontstaan over de geloofwaardigheid als historicus. Zo promoveerde Hendrik Smitskamp aan de Vrije Universiteit In februari 1940 op een vaak geciteerd proefschrift, Groen van Prinsterer als historicus. “Bij alle waardering formuleerde hij als kritiek dat Groen met een beroep op de Voorzienigheid knopen doorhakte die hij als vakman niet ontwarren kon. Ook het veelvuldig gebruik van Bijbelteksten in het Handboek achtte Smitskmap wel ‘stichtelijk’, maar voor het overige weinig ter zake.[6]
Een term die daarbij vaak genoemd wordt is die van historisme. Vanwege het belang en beetje begrijpen daarvan heb ik aansluitend twee prologen geschreven.
Anderzijds heeft Groens geschiedenisopvatting in 1989 geleid tot de oprichting van de Vereniging van Christen-Historici. Het ”Program van Uitgangspunten” van de VCH stelt dat de vereniging zich aansluit bij de protestantse historiografische traditie, zoals die zich in navolging van Groen van Prinsterer heeft gevormd. Kern van die traditie is de belijdenis omtrent Gods regering van alle dingen, aldus dit program.
Roel Kuiper, destijds voorzitter van deze Vereniging van Christen-Historici, publiceerde in 1996 Uitzien naar de zin – Inleiding tot een christelijke geschiedbeschouwing. Voor Kuiper is Groen de belangrijkste vertegenwoordiger van een Nederlandse christelijke geschiedbeschouwing in de negentiende eeuw. Volgens hem is hij niet alleen een historicus, maar vooral een denker die geschiedenis vanuit het christelijk geloof interpreteert. Roel Kuiper noemt Groens bekende leus “Er staat geschreven, en er is geschied” de kern van zijn methode. Daarmee bedoelt Groen dat de Bijbel het normatieve kader biedt en de historische werkelijkheid telkens opnieuw de waarheid van Gods Woord bevestigt.
Diezelfde Roel Kuiper (voormalig WI-directeur en1e Kamerlid voor de CU en nu hoogleraar Christelijke identiteit aan de Theologische Universiteit Utrecht schreef in 2001 de Groen-biografie Tot een voorbeeld zult gij blijven.
En in december 2008 heeft hij heeft inleiding geschreven bij hertaling en een bewerking door Arie Kuiper van Groens hoofdwerk Ongeloof en Revolutie (1847) geschreven in de serie Klassiek Licht.
Met deze informatie in mijn achterhoofd ben ik me verder gaan verdiepen in Groen zijn leven, denken en vooral zijn publicaties, die dienen als de rode draad in zijn leven, waarbij zijn ontmoeting met mensen van het Reveil in Parijs en Brussel van doorslaggevende betekenis was.
Het verbaast mij dat zoveel theologen, filosofen en historici zich over hem gebogen hebben.
Een overzicht van deze en andere boeken, bundels en biografieën en promoties kun u in de volgende blogs vinden, waarbij mijn focus vooral die van discussies over Groens visie op christelijke geschiedopvatting:
Opzet en leeswijzer
Ik raad ter inleiding als eerste aan mijn blog over de symposia van de 150-jarige Groen- herdenkingen in 2026 te lezen: Symposia over 150-jarige herdenking van overlijden van Groen van Prinsterer (1801-1876) – Blogs van Bob van Dijk
Ten tweede een overzicht aan de hand van groot aantal publicaties van Groen een historisch tijdsbeeld wil geven van waar hij in zijn loopbaan voor gestreden heeft. Chronologie van Groen van Prinstere (1801-1876) aan de hand van zijn publicaties – Blogs van Bob van Dijk
Als derde deze blog over de aanleiding en hoofdvraag van deze serie met korte aansporing om verder na de denken over het spoor waarin we samen met Juda de voetsporen van de Messias ook in onze tijd mogen ontwaren. Waarbij we om de bijdrage van ds. J. den Admirant uit juni 1998 te spreken Van Den Haag op weg naar Sion gaan naar een nieuwe grondwet, onder Eén kudde en één Herder.
Plus aanvullend mijn blog over Peter Raedt’s ‘Ontdekking van de Middeleeuwen’, waarin hij met allerlei andere historici in gesprek is en voor ons doel inga op de tegenstelde visies van de Nederlandse historici Johan Huizinga en Pieter Geyl.
Als vierde een overzicht van eerdere herdenkingen van Groen van Prinsterer.
Als vijfde een overzicht van de bundels en publicaties over Groen waarbij ik me vooral gericht hen op vragen rondom christelijke geschiedschrijving, waarbij ik in het bijzonder wil stil staan bij dr. Willem Aalders.
Als zesde een overzicht van promoties en proefschriften, waarbij ik in het bijzonder wil stil staan bij dr. Ewald Mackay.
Overige onderwerpen zoals die van het Reveil; de Grondwet; Europese politiek; zending; slavernij en kolonialisme heb ik hier laten liggen.
[1] https://theophilme.nl/op-het-scherp-van-de-ideologische-snede/ https://theophilme.nl/f-m-dostojevski-over-de-europese-revolutie/ [1]
[2] https://www.historischnieuwsblad.nl/filips-de-goede-de-echte-vader-des-vaderlands/
[3] https://www.voxweb.nl/nieuws/in-memoriam-peter-raedts-de-priester-die-hoogleraar-werd
[4] https://www.historischnieuwsblad.nl/filips-de-goede-de-echte-vader-des-vaderlands/
[5] https://verloren.nl/Webshop/Detail/catid/24652/eid/33247/groen-van-prinsterers-historische-benadering-van-de-politiek
[6] In de bundel Groen van Prinsterer en geschiedenis uit 1994 gaat prof. Dr. M. te Velde in op verwijt middels een inventarisatie met enkele kanttekeningen.
